Wat doet dat met je?

door | nov 11, 2019 | Blog | 0 Reacties

‘Wat doet dat met je?’, vraagt de bedrijfsarts die tegenover me zit. Even denk ik dat ik het verkeerd verstaan heb. Vraagt hij me nou werkelijk wat het verliezen van mijn kind met me doet? Uit welk boekje heeft hij dat geleerd? ‘Wat denk je zelf?’, had ik willen antwoorden. Ik moest mijn kind begraven. Mijn kind. Dat doet niet iets met je, dat verandert werkelijk alles. Maar dat zeg ik niet, dat bedenk ik pas achteraf. Ik hoor mezelf een antwoord geven. Het komt in de verste verte niet in de buurt van de realiteit.

Mijn verlof zit erop. Ik mag van de bedrijfsarts een uur per dag aan het werk. De beste man heeft geen idee wat hij met me aan moet. Ik ben vast niet de eerste rouwende die bij hem langskomt, maar hij heeft geen idee. Geen idee van hoe het voelt, van wat hij moet zeggen of van hoe hij me kan helpen.

Ik mag aan de slag op een andere plek dan voor mijn verlof. Ergens is dat wel fijn. Ik heb wel genoeg medelijden gezien de afgelopen maanden en ik wil gewoon weer even mezelf zijn, zonder zielig verhaal. Al gauw kom ik erachter dat ik er natuurlijk niet onderuit kom. Juist op een nieuwe plek stellen mensen vragen. En ik merk dat het goed is. Door keer op keer mijn verhaal te vertellen, help ik mezelf.

Ik doe die eerste weken niets anders dan praten en thee drinken. Voordat ik het weet is mijn uur voorbij en moet ik gaan. Omdat ik nogal braaf ben ingesteld, volg ik het advies van de bedrijfsarts op, tegen mijn eigen gevoel in. Totdat ik me realiseer dat het míjn herstel is, met míjn regels. Ik word gek thuis, ik loop tegen de muren op. Werken, of in ieder geval op een andere plek zijn, geeft me afleiding. Ik kan en wil niet de hele dag bezig zijn met mijn verdriet. Ik maak mijn dagen steeds iets langer en kom langzaam weer in een soort ritme. Een ritme waar ik me in het verleden nogal eens aan stoorde. Slapen, eten, werken, elke dag opnieuw. En alhoewel ik voel dat ik op een dag iets anders wil doen, helpt de structuur me nu juist om rust te vinden.

Nu, ruim vier jaar later, merk ik dat veel bedrijfsartsen en leidinggevenden nog steeds niet goed weten wat ze met rouwenden aan moeten. Je bent niet ziek, maar ook niet beter. Het is eigenlijk een grijs gebied. Juist omdat het voor iedereen zo anders is, zijn er geen regels of een stappenplan. Er staat geen tijd voor. Of een standaard aanpak. Er is ook geen sprake van herstel, maar van een aanpassing van het leven. En dat maakt het ontzettend lastig.

Werken hielp mij om mezelf weer nuttig te voelen en structuur in mijn dagen aan te brengen. Maar er zijn zat mensen die daar na een aantal maanden nog helemaal niet aan toe zijn. En dat is beide oké.

Volg je gevoel. En als je niks voelt, dan probeer je gewoon iets. Alleen met vallen en opstaan ontdek je waar jouw grenzen liggen. Die kan niemand voor jou bepalen. Iemand kan hooguit met je meedenken en er voor je zijn als je ontdekt dat het toch moeilijker is dan gedacht. Je hoeft niet stoer te zijn. Maar ook niet te voorzichtig. Maar vooral: vergelijk jezelf niet met een ander. Het is voor iedereen anders.

En die bedrijfsarts? Die had werkelijk geen idee. Hij deed zijn best. Ga ik vanuit. Ik hoop dat er steeds meer kennis en begrip komt over rouw. Want rouw is geen ziekte. Maar je kunt er wel behoorlijk ziek van zijn.

Laat hieronder een bericht achter

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *