De put. Iedereen die een baby verliest krijgt ermee te maken. Sommigen vallen er direct in, anderen doen daar wat langer over en nog weer anderen lopen er met een grote boog omheen. De put is niet voor iedereen even diep. Sommigen springen er zo weer uit, anderen hebben een handje nodig. Of een takelwagen.

 

Sommigen blijven hangen aan de rand en durven zich niet te laten vallen. Bang voor wat er komen gaat. Terwijl dit toch ook niet echt comfortabel is. Wat houdt je tegen om dat wel te doen? Pas als je met beide benen op de grond staat, kun je op zoek naar een ladder.

 

De vraag die ik vaak stel is: wil je er wel uit?

 

Hoe donker en diep de put ook is, je weet in ieder geval waar je aan toe bent. Met een beetje geluk staan er allemaal mensen aan de rand die je willen helpen. Zijn die er ook nog als je daar niet meer ongelukkig zit te zijn?

 

Soms zit je samen met anderen in de put. Dat kan heel troostend zijn. Je bent niet alleen. Maar als het je belemmert om door te gaan kan het ook averechts werken. Onderschat niet de kracht van een groep en onze aangeboren behoefte om ergens bij te willen horen. Dat kan je tegenhouden om je eigen weg te kiezen.

 

Soms kan het ook wel lekker zijn. Daar op die bodem. Alleen in je verdriet. Nergens anders aan hoeven denken. Niets anders te hoeven doen. En dat is prima. Er is een fase (voor zover je van ‘fase’ kunt spreken) waarin het goed is om je verdriet de aandacht te geven die het verdient. Voor even. En jij bepaalt hoe lang ‘even’ is. Wanneer geef jij jezelf toestemming om weer te gaan leven?

 

Het vergt veerkracht om je te laten vallen, op te staan en op zoek te gaan naar de weg omhoog. Het kost ook bergen energie. Maar met de juiste aanmoediging van boven en voldoende wilskracht en vertrouwen kom je waarschijnlijk heel ver.

 

Ik heb er zelf gezeten, in die put. En ik vond het verdomde fijn om daar een tijdje te zitten. Ik vond ook dat ik er recht op had. Maar er was ook een moment dat het tijd was om mezelf een schop onder m’n kont te geven om weer iets te gaan doen, omdat ik geen slachtoffer wilde zijn van wat me was overkomen. Het werd tijd om actief aan mijn herstel te gaan werken. Omdat ik had besloten dat Hugo’s dood niet het einde van mijn leven was.

 

Waar zit jij? Op de rand? Op de bodem? Of bungel je er ergens tussenin? Heb je de trap al gevonden of ben je nog hard op zoek? Of zit je eigenlijk wel prima? Er is geen goed of fout. Je krijgt geen sticker als je bovenkomt. Maar mocht je een handje nodig hebben, dan help ik je graag. Ik beloof geen takelwagens, maar ik kan je wel een ladder wijzen.

 

Klik hier voor een gratis Verder na Verlies Gesprek.

 

Klik hier voor een kaartje voor de Mini Masterclass op 18 januari 2020.

Pin It on Pinterest

Share This